Waarom straffen en belonen niet werken

Waarom straffen en belonen niet werken

Stel je voor: je kind gooit zijn schoenen midden in de gang, precies waar jij net met een volle wasmand langsloopt. Je voelt de irritatie opborrelen en zonder nadenken roep je: “Als je die schoenen niet opruimt, dan mag je straks niet op de iPad!” Of misschien ben je juist iemand die zegt: “Als jij nu netjes je schoenen opruimt, krijg je vanavond iets meer schermtijd.”

Klinkt herkenbaar? We doen het allemaal weleens: straffen en belonen. Het lijkt een snelle en makkelijke manier om gedrag bij te sturen. Maar wist je dat deze aanpak op de lange termijn helemaal niet zo effectief is? Het kan zelfs averechts werken. Ik leg je uit waarom en geef een aantal opties die wél werken.

Waarom straffen niet werkt

  1. Het verhoogt angst en stress
    Straffen zorgt ervoor dat je kind bang wordt om iets fout te doen, in plaats van dat hij (of zij) leert waarom iets belangrijk is. Een kind dat straf krijgt, denkt niet: “Wat kan ik hiervan leren?” maar eerder: “Hoe zorg ik dat ik niet betrapt word?” Het gevolg? Je kind doet misschien voor de buitenwereld precies wat jij wil, maar leert er weinig van.

  2. Het versterkt negatief gedrag
    Wanneer kinderen straf krijgen, voelen ze zich vaak onbegrepen of boos. Hierdoor kan het ongewenste gedrag juist versterkt worden. Een boos kind dat in de gang moet gaan staan als straf, raakt eerder gefrustreerd en doet het nog een keer dan dat hij na gaaat denken over zijn gedrag.

  3. Een minder goede relatie met je kind
    Je wilt dat je kind zich veilig voelt bij jou, dat het met je kan praten en fouten durft te maken. Maar als jij vaak straft, kan dat ervoor zorgen dat je kind zich van je terugtrekt. Het wil niet meer delen wat er speelt, uit angst voor onbegrip en straf.

En belonen dan? Dat is toch juist goed?

Op het eerste gezicht lijkt belonen onschuldig en zelfs positief. Maar ook dit heeft nadelen.

  1. De intrinsieke motivatie van je kind vermindert
    Wanneer je kind iets doet om een compliment of iets anders te verdienen, leert hij niet waarom het gedrag op zichzelf waardevol is. Hij leert bijvoorbeeld zijn rommel op te ruimen omdat hij er iets voor krijgt, en niet omdat het fijn is om een opgeruimde kamer te hebben.

  2. Je kind wordt minder creatief
    Als je kind sterk gefocust is op beloningen kan hij minder creatief worden én minder vaak nieuwe dingen proberen. Uit angst om fouten te maken en daardoor de beloning mis te lopen.

  3. Concurrentie en onzekerheid
    Door belonen kan er competitie ontstaan tussen kinderen waardoor ze zichzelf gaan vergelijken met anderen. “Waarom krijgt mijn broer een beloning en ik niet?” Dit kan ervoor zorgen dat je kind onzeker wordt en afhankelijk van jouw waardering, in plaats van dat zijn eigen waardebesef ontwikkelt.

Wat kun je dan wél doen?

Gelukkig zijn er andere opties die je kind op een positieve manier helpen om gewenst gedrag te ontwikkelen.

  1. Geef duidelijk aan wat je van hem verwacht
    Kinderen hebben structuur nodig. Als jij duidelijk bent over wat je verwacht, weet je kind waar hij aan toe is. Zeg bijvoorbeeld: “We zetten onze schoenen in de gangkast, zodat niemand erover struikelt.” Dat is duidelijker dan: “Ruim je schoenen eens op!”

  2. Gebruik positieve bekrachtiging
    In plaats van een materiële beloning, kun je ook oprecht je aandacht en waardering geven. “Fijn dat je je schoenen zelf in de kast hebt gezet, dan is het lekker opgeruimd!” Het zelfvertrouwen van je kind én zijn intrinsieke motivatie worden hierdoor vergroot.

  3. Verbindend communiceren
    Als je kind ongewenst gedrag vertoont, vraag dan eens naar zijn gevoelens en behoeften. Daardoor krijg je meer begrip voor elkaar en het helpt bij het samen zoeken naar oplossingen. Je kind voelt dan meteen dat je hem serieus neemt.

  4. Geef ruimte voor emoties
    Het uiten van emoties is belangrijk voor je kind. Geef ruimte aan die emoties, natuurlijk binnen voor jou aanvaardbare grenzen, en ondersteun je kind om te leren omgaan met die gevoelens. Tijdens een boze of verdrietige bui heeft het trouwens weinig zin om met je kind te praten. Doe dat juist als de emotie weer gezakt is. “Je was heel boos daarnet. Wil je er iets over vertellen? Of kan ik iets doen om je te helpen?”

  5. Leer samen oplossingen bedenken
    In plaats van straffen, kun je je kind betrekken bij het vinden van een oplossing. “Hoe kunnen we er samen voor zorgen dat jij je schoenen voortaan meteen in de kast zet?” Je kind voelt zich meer verantwoordelijk en zijn zelfoplossend vermogen wordt ontwikkeld. Je zult verbaasd zijn over de creatieve oplossingen die je kind zelf bedenkt!

Conclusie

Straffen en belonen lijken misschien zinvol, maar op de lange termijn leren kinderen er weinig van. Door duidelijk je verwachtingen aan te geven, positief te bekrachtigen, verbindend met je kind te praten en ruimte te geven aan emoties, help je je kind om meer bewust positief gedrag te laten zien. En dat zonder bang te zijn voor straf of afhankelijk te zijn van beloningen.

Dus, de volgende keer dat je bijna een straf of een beloning uitdeelt, probeer dan eens een van deze opties. Wedden dat het werkt?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *