Pesten. Wat helpt en wat niet?

Al een paar keer had een van de jongens die ik coach iets gezegd over pesten op school. Na een gesprek met de leerkracht, die het niet echt merkt, wilde ik er toch een keer dieper op in gaan. Deze week tijdens de sessie hebben we er samen naar gekeken. Hij gaf aan dat hij bijna elke dag wel een keer gepest wordt op school. Daar wordt hij vooral verdrietig van.

Ik vroeg hem of hij het verschil wist tussen pesten en plagen. Dat wist hij niet, dus heb ik eerst het verschil uitgelegd tussen plagen en pesten.

.

Plagen is niet gemeen. Je kunt er zelfs vaak om lachen. Het gebeurt meestal tussen twee mensen, dus één tegen één. Door te plagen ontstaat er geen ruzie en het stopt ook weer snel.

Pesten is wel gemeen en is niet om te lachen. Het gebeurt vaak met een groepje tegen één. Door pesten ontstaat vaak wel ruzie en het gaat meestal te lang door.

.

Het is alleen niet altijd zo zwart-wit. Want plagen kan voor iemand voelen als pesten. En wat jíj voelt, daar gaat het om.

Wat er gebeurt op school voelt voor deze jongen als pesten, dus daar zijn we mee aan de slag gegaan.

.

Bedenken wat kan helpen

Eerst hebben we gekeken hoeveel last hij er van heeft dat hij gepest wordt. Op een schaal van 1 tot 10 ging hij op 5 staan. Hij zou wel liever op een lager cijfer willen staan, dus gingen we samen bedenken wat hem kan helpen om een stapje richting de 1 te gaan.

Hij vertelde dat hij meestal wegrent als het gebeurt en dan zoekt hij een veilig plekje. Dat helpt wel even, maar lost het niet altijd op. Hij bedacht dat het vertellen tegen juf (of een andere volwassene) en haar om hulp vragen wel zou kunnen helpen. Dan kunnen ze het samen oplossen.

Sowieso is het goed dat kinderen pestgedrag bij de leerkracht aangeven, want vaak wordt het ‘stiekem’ gedaan en ziet hij of zij het niet (altijd). Pas als ze weten dat het gebeurt, kunnen ze er ook iets mee doen.

Het tweede dat we bedachten was stevig staan als een boom. Want dan straal je uit dat je niet bang bent en voor jezelf kunt opkomen. Een hele fijne oefening voor kinderen die wat onzeker zijn.

Denken aan de kleur lichtblauw was het derde, want dat maakt hem rustig.

Toen kon hij naar 2, en daar voelde het een stuk fijner 😊.

De boom en de lichtblauwe kleur zijn beelden die hem helpen. Hoe meer beelden je hebt, hoe sterker je je kunt voelen. Dieren zijn daar een goed voorbeeld van. Daarom vroeg ik hem welke dieren hem kunnen helpen als hij gepest wordt. Hij koos de slak, want die heeft een schild en dan is hij veilig. En een panter en cheeta, want die zijn sterk en snel. Ze kunnen wegrennen of voor zichzelf opkomen. Mooie combinatie.

Wat ook kan helpen, maar dat is best spannend, is iets terugzeggen tegen degene die pest. Bijvoorbeeld: ‘jammer dat jij het een probleem vindt dat ik sneller kan rennen’ of ‘jammer dat jij het een probleem vindt dat ik deze broek aan heb’. Of je geeft degene die pest eens een keer gelijk: ‘ja hè, wat een stomme broek’. Wedden dat hij (of zij) raar opkijkt en niet goed weet wat hij kan zeggen 😊

.

Ook bedenken wat niet helpt

Meestal zijn er ook dingen die niet helpen en dus hebben we ook daar naar gekeken. We kwamen er achter dat zijn gedachten niet altijd helpen. Bijvoorbeeld ‘ze moeten ook altijd mij hebben’ of ‘daar gaan ze weer’. Het is belangrijk om je bewust te zijn van niet-helpende gedachten zodat je ze om kunt buigen naar helpende gedachten. Daar gaan we volgende keer mee verder.

.

Inzicht hebben in je overprikkeling

Als je hooggevoelig bent, komen prikkels sterker binnen. Ook sociale prikkels, dus bijvoorbeeld plaag- of pestgedrag. Hoe meer ontspannen je bent, hoe beter je met die prikkels om kunt gaan. Maar als je al wat overprikkeld bent, komt het plagen of pesten een stuk harder aan. Daarom is het ook belangrijk om inzicht te hebben in je eigen overprikkelingsthermometer. Als je leert voelen wanneer je overprikkeld raakt, kun je eerder iets doen om te ontspannen. En dan kun je weer beter met de prikkels omgaan.

Door zo met een kind te onderzoeken wat er gebeurt, hoe dat voelt, wat helpt en wat niet helpt, komt er meer inzicht en komen er oplossingen. Dit kan hij met zich meenemen en een volgende keer als hij gepest wordt gebruiken. Zo kan zijn zelfvertrouwen groeien en wordt hij stapje voor stapje ‘sterker’.

.

Kan jouw kind wel wat meer zelfvertrouwen gebruiken? Neem gerust contact op. Ik help jullie graag!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *